Stemmetjes

Hoor jij ze ook? Die stemmetjes? 

De hele dag door fluisteren ze in je hoofd. ‘Niet doen.’ ‘Sufferd.’ ‘Kijk toch uit.’ ‘Flap­uit.’ ‘Je zou eigenlijk …’ ‘Kijk eens naar die ander.’ ‘Zo zou jij ook moeten …’ ‘Wat hebben ze nou aan jou?’ ‘Nou heb je toch alweer …’ ‘Ze zouden eens moeten weten!’

Stemmetjes die je voortdurend op je vingers tikken en je het gevoel geven dat je eigenlijk helemaal niet zo geweldig bent. Dat je eigenlijk niet veel voorstelt. Waardoor je maar aan jezelf blijft knutselen om nog enigszins aanvaardbaar voor de dag te komen. Om afwijzing te voorkomen. Om aardig gevonden te worden.

Hoe herken je tussen al die negatieve stemmetjes die ene stem? De stem van je goede herder?

Om te beginnen heeft Hij je uniek geschapen. Ook al ben je daar misschien lang niet altijd blij mee. Jij bent one of a kind. Niemand anders heeft dat speciale pakket aan mogelijkheden en beperkingen dat jij hebt.

Niemand anders heeft jouw karakter en jouw eigenaardigheden. God heeft in jou een geestelijk DNA verweven met daarin alles wat jij nodig hebt om te worden zoals Hij jou heeft bedoeld. Je hoeft een ander niet na te apen. Je hoeft alleen te worden wie jij in wezen bent.

Dus elk stemmetje dat je aanspoort om op een ander te gaan lijken, is niet de stem van je goede herder. Maar luister je naar zijn stem, dan word je wie je bent én ga je steeds meer op Hem lijken!

Bovendien belooft de goede herder je een leven in al zijn volheid. Geen lot uit de loterij. Geen rozengeur en maneschijn. Geen leven zonder hobbels en kuilen. Maar een leven dicht bij Hem. Een leven waarin jij volledig tot je recht komt. Waarin Hij volledig tot zijn recht komt.

Dus elk stemmetje dat je iets belooft wat afbreuk doet aan jouw en zijn welzijn, is niet de stem van je goede herder. Maar luister je naar zijn stem, dan krijg jij alle ruimte om voluit te leven. En dan krijgt Hij dat ook.

Jij in Hem en Hij in jou.

Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze.
Zij volgen Mij en Ik geef hun eeuwig leven.
Zij zullen nooit verloren gaan.
Niemand kan hen van Mij afnemen.

Johannes 10:27-28

Een hoofdstuk uit ons boek ‘Zo dichtbij‘.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *